Elke regio geeft Simpel Switchen op een eigen manier vorm. Alle vier de lerende praktijken hebben de ambitie te beginnen bij de vraag wat mensen nodig hebben om zich te ontwikkelen. De praktijkvoorbeelden laten zien dat er verschillende routes zijn naar hetzelfde doel. Van het doorbreken van schotten en het organiseren van casusoverleggen tot het bouwen aan sterke netwerken en veilige tussenstappen. De diversiteit maakt duidelijk dat Simpel Switchen geen blauwdruk kent, maar vraagt om oplossingen die passen bij de mensen én de regio.
Trainingsteam om warme overgangen te creëren
PSW Werk, Risse Groep en VSO/PRO scholen hebben in Weert en omstreken het product ‘Trainingsteam’ opgezet. Het biedt mensen die (nog) geen passende werkplek hebben de kans om in de praktijk aan de slag te gaan, op de werkvloer van een (lokaal) regulier bedrijf. Met als doel: kansen vergroten op een meer duurzame plek op de arbeidsmarkt door praktijkervaring op te doen.
Lees verder:
Het trainingsteam bestaat uit een gevarieerde groep deelnemers, waardoor ze niet alleen van de coach, maar ook van elkaar leren. Zo zitten vroegtijdige schoolverlaters, statushouders en mensen vanuit het UWV of de Participatiewet samen in één team. Per team gaat het doorgaans om maximaal acht deelnemers.
Door één of meerdere dagen per week te werken bij een (lokaal) bedrijf, zoals de Sligro in Weert, ontdekken deelnemers wat hun interesses en talenten zijn en trainen ze hun werknemersvaardigheden. Binnen verschillende trainingsteams, verspreid over diverse branches, kunnen zij uiteenlopende werkzaamheden verkennen. Bedrijven maken zo kennis met de kwaliteiten en potentie van de deelnemers. Dit vergroot de kans op doorstroom naar betaald werk of een ander passend vervolgtraject. Er is altijd een coach op de werkvloer aanwezig die ondersteuning biedt als daar behoefte aan is.
‘Een echt paradepaardje (..) is het trainingsteam. Daarmee ontlasten we bedrijven enorm. Het trainingsteam is een werkplek binnen een bedrijf waar deelnemers werken aan individuele doelen rond werknemersvaardigheden. Elke deelnemer is gekoppeld aan een co-worker van het bedrijf’
(Matthijs Dagelet, PSW Werk)
Voor de financiering van het trainingsteam zijn afspraken gemaakt met de betrokken partners. De combinatie van verschillende doelgroepen en individuele indicaties zorgt voor een stabiele basis en continuïteit van de aanpak. De inzet van de coach, die de hele dag aanwezig is op de werkplek om deelnemers te trainen en te begeleiden, wordt vanuit deze constructie bekostigd.
Meer informatie: Weert & voor een korte video
Een trainingsteam is een werkplek in een regulier bedrijf waar mensen met verschillende achtergronden en ondersteuningsbehoeften samen werken, begeleid door een vaste participatiecoach. De bekostiging komt niet van de werkgever, maar van de instantie die de deelnemer begeleidt, zoals de gemeente (WMO of Participatiewet), UWV, zorgkantoor (WLZ) of een andere financier. Wij noemen dit de opdrachtgever.
Per deelnemer maken we afspraken over begeleidingsuren. Door te werken met een gemengde groep van acht deelnemers vanuit verschillende financieringsbronnen, is het trainingsteam als geheel financieel haalbaar. De werkgever levert de werkplek en betaalt een kleine dagbijdrage. Samen maakt dit het model duurzaam, ook bij wisselende instroom.
Ontschotting en laagdrempelige plekken om snel te starten
Als mensen wisselen tussen verschillende vormen van werk en dagbesteding, is vaak de vraag: wie betaalt de werkplek en begeleiding? De Wmo, arbeidsintegratie, Jeugd- en Participatiewet hebben in veel gemeenten elk een eigen budget. In Veenendaal proberen ze die schotten te doorbreken.
Lees verder:
De regio Veenendaal regelde een beperkt aantal participatieplaatsen door een ontschot projectbudget. Een deel van de genoemde budgetten is opengesteld voor mensen die willen switchen en daardoor met verschillende beleidsterreinen tegelijk te maken krijgen. Participatieplekken worden ingekocht via Werk en Inkomen. Maar ook Wmo-consulenten kunnen gebruikmaken van deze plekken, zonder dat eerst een nieuwe indicatie nodig is.
‘Door de regie op deze trajecten bij Werk en Inkomen te beleggen is de juiste expertise betrokken en is de continuïteit geborgd als iemand toe is aan de stap naar werk. Als dat nodig is blijft de Wmo-consulent wel betrokken. Gedurende het proces wordt bepaald wie de meest passende begeleider is. Soms is naast een jobcoach een ambulant begeleider dan niet altijd meer nodig.’
Marcel Simons, gemeente Veenendaal
Beginnen met een beperkt aantal plekken maakte dit haalbaar. Daardoor was het makkelijker om de verschillende betrokken wethouders te overtuigen. Dat laat zien dat er goed is nagedacht over de implementatie. Beter klein beginnen en van daaruit versterken, dan te groot en te snel willen gaan. Met als gevolg dat het helemaal niet van de grond komt.
‘Door vanuit Werk en Inkomen deze participatieplekken te financieren kun je voorkomen dat mensen lang bij dagbesteding zitten en sneller kunnen doorstromen naar werk. Een voorbeeld van zo’n plek is Onze Winkel, een buurtsupermarkt in Veenendaal’.
Parwaz Karim, gemeente Veenendaal
De gemeente regelt ook dat de bijstandsuitkering niet meteen opgeheven wordt wanneer iemand start met werken. Dit betekent dat de uitkering drie maanden in een pauzestand wordt gezet. Zodat mensen snel kunnen terugvallen op hun uitkering als dat nodig is.
Meer informatie: Veenendaal
Casusbesprekingen en elkaars mogelijkheden efficiënt benutten
In elke regio kwam de kracht van ontmoeting en bekend zijn met elkaars werkwijzen en mogelijkheden naar voren. In Rotterdam is dat onder meer vormgegeven in de structurele casusoverleggen tussen gemeente, UWV, zorgorganisaties als Pameijer en andere partners zoals Pluspunt, een aanbieder van dagbesteding en leer-werktrajecten.
Lees verder:
‘In deze casusoverleggen brengen we casuïstiek in vanuit klanten die een ontwikkelwens hebben. Wat is het beste plan en de beste oplossing? Door deze korte lijnen kunnen we meteen stappen zetten.’
Inge Hoogenboom, gemeente Rotterdam
Zo wordt sneller duidelijk welke route of ondersteuning het best aansluit bij een inwoner. Door gezamenlijke afspraken te maken, komen oplossingsrichtingen naar voren voor individuele switchroutes. Ook ontstaan zo korte lijnen tussen professionals en organisaties. De vaste overlegstructuur maakt ook mogelijk dat als men vastloopt, de casus weer op de agenda kan komen.
Het bespreken van individuele casussen levert ook overstijgende inzichten op. Er bleek bijvoorbeeld een gebrek aan inzicht en informatie over Simpel Switchen bij diverse organisaties. Als reactie daarop is een e-learning ontwikkeld. Daarnaast bleek het lastig een beeld te vormen van beschut werk voor professionals die mensen begeleiden. Als antwoord hierop wordt regelmatig een informatieochtend georganiseerd op één van de beschut werk locaties van de gemeente Rotterdam. Naast meer informatie, krijgt men ook een rondleiding op de locatie met als doel naar huis te gaan met een goed beeld van beschut werk.
Meer informatie: Rotterdam
Bouwen aan netwerken
In Eindhoven wordt bewust geïnvesteerd in een regionaal netwerk. Daardoor groeit niet alleen de kennis van elkaars mogelijkheden, maar ook het onderlinge vertrouwen. Professionals weten elkaar sneller te vinden, begrijpen beter wat andere organisaties kunnen betekenen en durven makkelijker over organisatiegrenzen heen te handelen. Een breed netwerk is opgebouwd, waarin veel stakeholders deelnemen. Dit zijn onder andere een werkontwikkelbedrijf, vier zorgorganisaties waaronder verslavingszorg, een organisatie die routes van school naar werk ondersteunt, gemeente en UWV.
Lees verder:
Een kwartiermaker fungeert als spin in het web. Er zijn diverse kleine werkgroepen opgericht die specifieke routes voor individuele casussen mogelijk maken. Tijdens een tactisch overleg delen de werkgroepen hun ervaringen en bespreken ze hoe bepaalde oplossingen breder geïmplementeerd kunnen worden.
Zo’n oplossing is de ‘proefperiode’ die ontwikkeld is door Zorgorganisatie Neos en het werkontwikkelbedrijf Ergon. Ergon biedt participatietrajecten aan voor mensen die stappen naar betaald werk willen zetten. De stap om aan dergelijke trajecten te beginnen bleek te groot voor deelnemers van dagbesteding Neos. Om de overgang naar de participatietrajecten te versoepelen hebben Ergon en Neos daarom een proefperiode van zo’n zes weken georganiseerd. Het Eindhovense Simpel Switchen netwerk breidt deze werkwijze uit naar andere zorgorganisaties waaronder Lunet Zorg.
’Naast dat we in de regio ervaringen hebben opgedaan met Simpel Switchen hebben we een stevigere samenwerking ontwikkeld tussen de betrokken organisaties. Ook nieuwe samenwerkingen ontstaan. Zo zijn er onlangs afspraken gemaakt met sociale onderneming Nieuwe Nostalgie. Zodat we mensen met een verslavingsproblematiek nog beter kunnen ondersteunen en de overbruggingsperiode tussen dagbesteding en betaald werk (of andersom) samen goed invulling kunnen geven. De samenwerking in de regio zal ook in de toekomst verder uitgebreid worden.’
Wendy Duijvesteijn, Werk & Ontwikkeling Ergon
Meer informatie: Eindhoven
Foto: MacSiers Imaging